Wolfstijd

Boekcover Wolfstijd, Harald Jähner. Je ziet een klinkerstraat waarop 1 man in pak met een mand loopt. Langs de kant van de weg ligt puin opgestapeld.

Hoe was het in Duitsland direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog? Een land vol verliezers met maar liefst vier bezettende machten. Een land in puin. En een land vol vluchtelingen. Hoe ga je dan verder? Over die periode gaat Wolfstijd.

Leesbaar

Harald Jähner heeft met Wolfstijd een heel leesbaar en toegankelijk boek geschreven. De periode direct na de oorlog slaan we vaak over. We flitsen door naar de jaren 1950. Hooguit dat we nog iets horen over de luchtbrug naar West-Berlijn en dat was het. Jähner neemt je mee naar de puinhopen in de steden, de enorme aantallen mensen die op de vlucht, ontheemd of naar huis op weg door het land liepen en hoe iedereen zo goed en zo kwaad als het ging het leven weer oppakte. Want ze hadden het wél gewusst natuurlijk. Allemaal. Maar nu is het voorbij.

Veel overlevenden durfden niet achterom te kijken. Het verleden was weggeschoten, of het nou door onvoorstelbaarheid, traumatisering of laffe verdringing kwam. Een generatie zonder thuiskomst, een generatie van de aankomst. Vol verwachting stortten zij zich op het nieuwe leven. “Vergeten was de utopie van ogenblik.” Velen keerden graag terug naar het uur nul.

Mythe

Jähner vertelt over de mythe van de Trümmerfrauen, want die waren er eigenlijk alleen in Berlijn. Over de volksverhuizing direct na de oorlog: bevrijde dwangarbeiders, gevangenen, verdrevenen uit voormalige Duitse gebieden. Het ging om enorme aantallen: in West-Duitsland was 16,5% van de bevolking ontheemd, in Oost-Duitsland 20%. De bezetters hanteerden een soort omgekeerde spreidingswet: hele dorpsgemeenschappen waren samen gevlucht en werden gedwongen uit elkaar gehaald omdat anders een dorp een heel ander dorp erbij kreeg. Daarom zei Merkel in 2015: “Wir haben so vieles geschafft”.

Het boek verhaalt ook over de hongerwinter. In Duitsland was dat de winter van 1946-1947. Eten was op de bon. Als er eten was. Mensen gingen op hongertocht, plunderden. Dit was de Wolfstijd: iedereen tegen iedereen. Men stal gewetenloos, maar deelde vervolgens liefdevol met de zieke buurvrouw. Jähner benoemt ook dat men in schok was over dit morele afglijden van het Duitse volk. Hele artikelen werden volgepend. Men wentelde zich in het eigen leed en had geen plaats voor de echte slachtoffers.

Wolfstijd geeft inzicht in de periode direct na de oorlog. Het geeft geen antwoord op de vraag hoe het kan dat zoveel Duitsers zeiden ‘Ich habe es nicht gewusst’. Het geeft wel inzicht in waarom die grote vraag naar de achtergrond verdween: het land in puin, mensen ontheemd en vier bezettingsmachten. Het is zeer leesbaar. Minpunt vond ik zelf dat het vooral focust op de steden en dat het platteland buiten beeld bleef.

Liever fictie?

Lees je liever fictie? Ik heb inmiddels al aardig wat boeken gelezen die zich afspelen in – onder meer – Duitsland direct na de oorlog. Ik herkende daarom best wel wat uit die boeken. Tijd om opnieuw te beginnen (deel 2 uit de Jahrhundert-Trilogie) bijvoorbeeld gaat over deze periode en daaruit herkende ik veel. En in ‘Het huis in Kreis Pinneberg‘ las ik over het zogenaamde Persil-schein: het formulier dat je in moest vullen waarna je een verklaring kreeg dat je geen nazi was. Beide boeken spelen zich af in Hamburg.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht reactie