Sira

Maria Dueñas nam mij in Het geluid van de nacht mee op een wervelend avontuur met Sira. Ik begon dus met hoge verwachtingen aan deel 2.
Sira is met haar inmiddels echtgenoot Marcus in 1946 in Jeruzalem beland. Daar moet Sira zichzelf opnieuw uitvinden. Als echtgenote van een Brits diplomaat is het niet de bedoeling dat ze als zelfstandig ondernemer aan de slag gaat. Sira weet niet wat ze moet doen. En dan volgt een heleboel drama.
Wereld in puin
Ik vond het interessant om over de chaos in de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog in Jeruzalem te lezen. Hoe militant en vastberaden joden waren. En hoe de Britten dat veel te laat door hadden. En ook de armoede achter de voordeuren in Londen. Iedereen hield de schijn op, maar eten was op de bon en stoken was een luxe.
Het verhaal is helaas minder wervelend en meeslepend dan het eerste deel. Ik vond het moeilijk om echt ‘in’ het verhaal te komen en mij mee te laten slepen. Het lijkt wel of Dueñas worstelde met het opnieuw vinden van haar personage. Pas tijdens het bezoek van Evita Péron aan Spanje zie je iets van de oude Sira. Jammer genoeg duurt dat bezoek eindeloos en voelt het alsof Dueñas deze setting niet wil verlaten omdat ze niet weet of ze Sira daarna nog wel terug vindt. En wordt het uiteindelijk een langdradig gebeuren.
Oude bekenden
In dit deel komen ook oude bekenden terug. Felix, de buurman, en Candelaria natuurlijk. Helaas missen zij de sprankeling die zij in deel 1 wel hadden. Jammer hoor. Ik vond het jammer dat Rosalinda Fox niet op het toneel verscheen. Maar misschien wel beter, want nu blijft zij de Rosalinda uit deel 1.
In alles voel je dat de schrijfster (of de uitgeverij) vond dat na het succes van deel 1 er ook maar een deel 2 moest komen. Maar dat was duidelijk nooit de bedoeling.