In het licht van de vuurtoren

Pendziwol neemt je mee naar Porphyry Island, een van de eilanden in Lake Superior. En dat is dan weer een van de Great Lakes die de Verenigde Staten en Canada van elkaar scheiden. Ze beschrijft de natuur op een prettige manier, een beetje zoals in Daar waar de rivierkreeften zingen. Het verhaal krijgt daardoor een aangename loomheid over zich.
Het verhaal is een bekende formule voor historische romans. Morgan, een opstandige tiener uit een pleeggezin, krijgt een taakstraf wegens graffiti spuiten. Ze moet klusjes doen bij een bejaardenhuis. Daar ontmoet ze Elizabeth, een oude dame die haar vraagt om voor te lezen uit logboeken van haar vader die vuurtorenwachter op Porphyry Island was. Beiden zijn persoonlijk betrokken bij het plot op een manier die ze vooraf niet voor mogelijk hielden. Maar die jij als lezer natuurlijk al van bladzijden ver zag aankomen.
Simpel plot
Het vrij simpele plot is nergens hinderlijk. Alhoewel de ontwikkeling van Morgan wat voorspelbaar is. Telkens als je denkt dat de spanning uit het verhaal is, krijgt het toch weer een nieuwe wending. En intussen krijg je een inkijkje in het leven van een vuurtorenwachtergezin ergens begin 20e eeuw op Porphyry Island. Hoe ze in de zomer hun eiland delen met dagjesmensen en in de winter het eiland voor zichzelf hebben. Of beter: hoe het eiland krimpt tot hun woning, want de deur uit kunnen ze bijna niet door sneeuw en ijs.
Als je nu denkt ‘oppervlakkige historische roman’, dan heb je het mis. Het boek gaat wel degelijk ergens over. En is ook erg van nu. Het gaat over opvoeding, familiegeheimen en trauma’s. En over de kracht van kunst. Of het nu muziek is of een schilderij: het maakt iets los bij mensen dat dieper gaat dan ze zelf begrijpen.