Het meisje met de halve ster

Een prachtig verhaal over een half-joodse jonge vrouw, een gepensioneerde joodse dierenarts, een jonge wolf en mensen die van hen houden. Over hoe je het gevaar wel ziet en toch niet in staat bent in actie te komen. Over hoe je overleeft als je er helemaal alleen voor staat. En dat alles tegen de achtergrond van de stad Rotterdam. Het had een prachtig boek kunnen zijn.
Kunnen zijn, je leest het goed. Het begint met de kaft. Op de achterkant van het boek staat dat het over een bijzondere vriendschap tussen de half-joodse Debra en een jonge wolf gaat. Dit verhaal begint pas ver over de helft van het boek. Het ‘meisje’ is de 20-jarige Debra. Het duurde even voordat ik dat doorhad. De schrijfstijl past meer bij een pubermeisje van 14. Je moet wel even rekenen, want ergens staat dat ze 14 was toen haar broertje geboren werd en die was in 1940 6 jaar oud. Voor mij ontbrak ook de ontwikkeling bij Debra. Ze bleef een soort van 16-jarige. Terwijl in oorlogstijd mensen eerder sneller volwassen worden dan langzamer.
Beleving na beleving
Het beloofde verhaal over de vriendschap tussen Debra en de wolf begint pas ver over de helft. Het boek begint mei 1940 in Rotterdam, een paar dagen voor het bombardement. Het bombardement zelf is uitgebreid beschreven. Iets te uitgebreid naar mijn smaak. Dit geldt voor alles in het boek. Het haalt de vaart uit het verhaal. Het gaat maar door over beleving na beleving. Dat is op zich niet erg, als er maar ontwikkeling is. En die ontbreekt.
Er had echt een prachtig verhaal in dit boek gezeten als het wat korter was. Het zit goed in elkaar, de verhaallijnen kloppen en het is bij vlagen aangrijpend. De langzame wurggreep waarin de joodse gemeenschap in Rotterdam zit, de liefde tussen dieren en mensen, de onzekerheid en overleven in extreme omstandigheden. En toch… het had op mij zoveel meer indruk gemaakt als er wat meer vaart en ontwikkeling in had gezeten.
Sprookjesboekscène
En misschien haakte ik in het begin van het boek al af. Bij de scènes in Blijdorp met de hond en de leeuw. Echt. Dat is meer voor sprookjesboeken. Het kostte mij daarna heel wat moeite om een personage überhaupt weer geloofwaardig te vinden.
De schrijfster vertelt achterin het boek dat ze autistisch is en dat emoties en prikkels bij haar heel hard binnenkomen. Dat verklaart mogelijk de langdradigheid en de ene beleving na de andere. Het betekent dus ook dat als jij het prettig vindt om emoties en prikkels wat langzamer binnen te krijgen, dat dit boek heel fijn is om te lezen. Houd je meer van een verhaal met vaart waar je in gezogen wordt, dan is dit boek te dik.
Heb je ook andere boeken van haar gelezen en vond je het daar ook zo? Want ik vond Zondagskind wel erg goed
Nee, dit was het eerste boek dat ik van haar las.
Ik vond Zondagskind en Zondagsleven wel leuk, maar dit boek viel mij ook tegen.