Het lied van de goden

Slaven in Nederland? Dat was voor mij nieuw. En reden om dit boek te lezen. In dit boek lees je het verhaal van Flora. Zij kwam als slavin naar Nederland met haar meester. Officieel was Flora vrij zodra ze voet op Nederlandse bodem zette. Dat wist zij niet. Haar meester profiteerde van haar onwetendheid en behandelde haar ook in Nederland ‘gewoon’ als slavin. In het boek lees je dat dit vaker gebeurde.
Hoe kwam Flora in Amsterdam? Dat vertelt zij zelf in briefvorm aan een in het begin onbekende ‘liefste’. Nederlands is niet haar moedertaal en dat merk je zeker in het begin van het boek aan de wat stijve taal. Ik vond het daarom ook lastig om met Flora mee te voelen.
Ontmenselijking
Flora is geboren als Saromê, de dochter van een stamhoofd op Sulawesi. Als ze op een dag stiekem naar de baai loopt, wordt ze geroofd door slavenhandelaren. Onder mensonterende omstandigheden vervoeren de handelaren haar naar Batavia om haar te verkopen op de slavenmarkt. Het proces van ontmenselijking is aangrijpend. Uiteindelijk belandt Saromê in Amsterdam. Daar schrijft ze haar herinneringen op.
Flora’s verhaal wordt afgewisseld met brieven van Joachim van der Elst aan zijn zoon Godfried in Batavia. Van der Elst is regent van het Spinhuis in Amsterdam en zijn hele leven op zoek naar meer rijkdom en daarmee meer macht. De hebzucht en hypocrisie spat van zijn brieven. Geen wonder dat je geen letter terugleest van zijn zoon, wat een nare man. Hoe de levens van Flora en Joachim elkaar raken ontdek je aan het einde van het boek.
Zwart-wit
Ik vond het jammer dat beide hoofdpersonen uitgesproken zijn in de zin dat Flora heel sympathiek is en Joachim een nare man. Juist het grijze vind ik vaak interessant. Ik moest ook erg wennen aan het taalgebruik, dat is wat afstandelijk en ouderwets. Helemaal 17e-eeuws dus. Het maakte het lezen in het begin ook best lastig en ik heb even overwogen te stoppen. Ik vond het een beetje lezen als soms taaie non-fictie terwijl ik een roman verwachtte.
Gelukkig heb ik verder gelezen, want vooral het verhaal van Flora bleek rijker dan ik dacht. Ze heeft verschillende eigenaren gehad en al die eigenaren laten een andere kant van de omgang met slaven in Batavia zien. Allemaal hebben ze gemeen dat slaven zoals Flora als gebruiksvoorwerpen werden gezien en niet als mensen die zelf hun leven willen bepalen. Los van de fysieke mishandelingen vond ik die ontmenselijking nog wel het ergste. Het ‘lied van de goden’ dat Saromê als meisje leerde op Sulawesi geeft haar houvast en zorgt dat ze nog iets van eigenheid weet te houden.