De vondeling van Veenhuizen

Boekcover De vondeling van Veenhuizen, Patricia Snel. Op de cover staat een afbeelding van een oude foto van de ingang van het tweede - nog bestaande - gesticht.

Amsterdam, 1824. De overzichtelijke en comfortabele wereld van Lize en Karel stort in als hun moeder aan tbc overlijdt. Hun vader belandt in een psychotische depressie. Tante Retger ziet geen andere oplossing dan Lize en Karel naar Veenhuizen te sturen. Daar is een nieuwe kolonie waar weeskinderen kost en inwoning kregen, scholing en frisse lucht. Vanuit hun veilige middenklasse leventje belanden Lize en Karel in de rauwe werkelijkheid van de kinderkolonie in Veenhuizen.

In een tweede verhaallijn maak je kennis met Neeltje, een weesmeisje uit Amsterdam. Zij kent het harde leven in een weeshuis en laat iedereen weten dat ze je ‘op de bek slaat’ als je haar in de weg zit. En tot slot is er een derde verhaallijn over Wouter Visser, de directeur van de kinderkolonie. Samen met zijn zwager Johannes van den Bosch is hij medeverantwoordelijk voor de fondsenwerving en het succes van de kolonie.

Ouderwets goed verhaal

De verhaallijnen leveren samen een boeiend verhaal op. Je leeft intens mee met Karel die vastbesloten is zo snel mogelijk terug te gaan naar ‘vader’ in Amsterdam. Het is een ouderwets goed geschreven verhaal. Ik zat er direct helemaal ‘in’. Het deed mij qua sfeer denken aan Dickens: geborgen en rauw tegelijk. Snel laat niets van de ellende in de kinderkolonie weg: de uitbuiting (hard werken, weinig eten), het gebrek aan hygiëne, ziektes, strenge straffen en ook misbruik. Heel prettig is daarom dat Snel dramatische scenes niet uitmelkt. Ze slaat ze over en laat Karel, Lize of Neeltje terugblikken op het drama. Het voorkomt dat het een melodramatische tranentrekker wordt en het doet niets af aan het aangrijpende verhaal van Karel en Lize. Sterker, voor mij gaf het meer kracht.

De hoofdstukken over Wouter Visser halen je even uit het verhaal. En tegelijk zijn ze ontzettend confronterend over hoe ‘de hoge heren’ denken en beslissen over weeskinderen en ‘kolonisten’. Zo mochten bewoners van de Koloniën niet drinken. Ondertussen legen de heren de ene na de andere fles cognac tijdens hun vergaderingen. Dit effect was ook precies de bedoeling, vertelde Patricia Snel tijdens een lezing begin april. Zij vertelde ook dat ze de dialogen in deze passages bijna allemaal heeft overgenomen uit correspondentie en archiefstukken.

Uit de vergetelheid

Patricia Snel heeft veel onderzoek gedaan voor dit boek. De kinderkolonie is een van de Koloniën van Weldadigheid die Johannes van den Bosch in 1818 oprichtte. Het was een gesloten kolonie: je kon er niet uit. Snel vertelt bevlogen over de geschiedenis waar ze min of meer bij toeval op stuitte. Ze wandelt elke maand in het Slokkertdal bij Veenhuizen. Daar, bij de begraafplaats, ‘het vierde gesticht’, wist ze dat ze een verhaal van een weesjongetje uit Amsterdam moest vertellen. En dus begroef ze zich maanden en maanden in onderzoek. Het resultaat is De vondeling van Veenhuizen, een boeiend verhaal over een relatief onbekend stuk van onze geschiedenis. En daarmee slaagt Snel in wat zij wilde: meer bekendheid voor de kinderkolonie in Veenhuizen en de honderden kinderen die daar zijn gestorven. Oftewel: lees dit boek. De kinderen uit de kinderkolonie verdienen het.

Leestips

Zelf kijken?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht reactie