De sirenen

Waar het boek over gaat: 2019. Lucy wordt wakker met haar handen om de keel van haar (ex-)vriendje. Ze had geslaapwandeld. In paniek vlucht ze naar de enige persoon die haar zal begrijpen: haar zus Jess.
1800. Mary en haar zus Eliza worden veroordeeld voor mishandeling en verbannen naar Australië. Ze verlaten per schip het vertrouwde Ierland.
Rommelig boek
Met een paar fragmenten sleept Hart je het verhaal in. Een proloog met een naamloos persoon en geen datum. Daarna stap je in het leven van Lucy in 2019 en je staat met Mary in 1800 op de kade om in het ruim van een schip naar de andere kant van de wereld te vertrekken. Je weet ook gelijk dat dit geen gewone historische roman is, maar een magisch-realistische. Vreemde gezangen, vreemde dromen en vreemde sensaties in lichamen.
Het is een donker boek, mysterieus ook. In de eerste hoofdstukken krijg je meer vragen dan antwoorden. Wat is er gebeurd? Hoe kan het dat Lucy opeens zo slaapwandelt? Wat betekent die droom? Waar is haar zus? Hoe zit dat met Devil’s Lookout?
Geloofwaardig
Het verhaal verliest in het middendeel veel vaart. Het leest als een uitgerekt verhaal dat eigenlijk veel korter had moeten zijn. Gewoon saai. Ik kreeg dus ook tijd om na te denken over de magisch-realistische elementen. Wat voegden die eigenlijk toe? Waren ze geloofwaardig? En steeds meer vond ik van niet. Want die huid, dat zie je toch? Dat kun je toch niet afdoen als eczeem? En hoezo belt niemand de politie als iemand een paar dagen van de aardbodem verdwenen lijkt?
En ook: het magisch-realisme had geen functie in het plot. Vaak komen die elementen terug en hebben ze echt een rol in het plot. Hier niet. Hier was het opeens weg. Of afwezig. Het voelde alsof het niet gelukt was om alle losse onderdelen goed aan elkaar te knopen. Heel jammer. Net als De Weyward-vrouwen vond ik het allemaal wat rommelig en net-niet.