De graanrepubliek

Hoe beleidsmakers en ideologen het Groninger land en de mensen daarop omwoelden. Dat beschrijft Frank Westerman in De Graanrepubliek. Hij vertelt de verhalen van de boer-politicus Sicco Mansholt, van de herenboer Boelo Tijdens en van de arbeider-communist Koert Stek en hun families. Door ook het verhaal van de voorouders te vertellen krijg je meer begrip voor de standpunten. En snap je waar het vandaan komt. Alledrie gaan ze op hun eigen manier om met ‘beleidsmakers’ die door hun levens banjeren als olifanten in een porseleinkast.

Omgewoeld door geschiedenis

Deze vertelwijze is de kracht van het boek. Het is geen keiharde non-fictie, maar ook geen verhaal of roman. Het is het relaas van drie families die in de periode 1850 tot nu omgewoeld zijn door de geschiedenis. Het laat zien dat het nooit alleen maar ‘graanberg’ is. Of ‘communist’. Of ‘stikstof’. Of ‘natuur’. Er zit altijd een laag onder die veel verder terug in de tijd gaat.

Efficiënt

Halverwege de 19e eeuw raakten beleidsmakers in de ban van ‘efficiënt benutten van grond’. Woeste gronden werden ontgonnen en de Groninger herenboeren veroverden vruchtbare Dollardklei op de zee. Na de Tweede Wereldoorlog werd het onder leiding van Groninger Sicco Mansholt nog grootser, nog efficiënter: groot-groter-grootst moesten de bedrijven, weg met de kleine boeren. Alleen met minder boeren op grote, gemechaniseerde bedrijven zou de productie kunnen worden opgeschroefd zodat “het platteland een waardige bijdrage kon leveren aan de ontwikkeling van de maatschappij”. Wat de boeren zelf daarvan vonden, of ze het een verbetering vonden dat ze met vakantie konden? Niet gevraagd.

Terugdraaien

Tot het moment dat de EEG het welletjes vond en de markt voor graan liberaliseerde. Het Groninger graan was op slag waardeloos. Grootschalige monocultuur was toch niet zo’n goed idee. Natuur maken werd vanaf de jaren 1980 het nieuwe groot-groter-grootst. En dus besloten beleidsmensen weer over de Groninger grond. Nu om plaats te maken voor natuur. Of om landbouwgrond ’terug te geven’ aan het water. Het verhaal is exemplarisch voor alle ‘woeste gronden’ die sinds de 19e eeuw ontgonnen werden zodat ze efficiënt benut konden worden. Denk aan de Veluwe, de Peel en het Drentse veengebied.

Knap hoe Westerman dit verhaal vanuit drie perspectieven neerzet. En daarbij iedereen in zijn waarde laat. Ja, hij vindt zelf ook wat. En tegelijk krijg je als lezer alle ruimte om zelf je oordeel te vormen. Want voor alle perspectieven valt iets te zeggen. Prachtig gedaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht reactie