Blijf hun namen noemen

Een mens sterft twee keer. De eerste keer als je hart stopt met slaan en je hersenen niks meer doen. De tweede keer als je naam voor de laatste keer gezegd, gelezen of gedacht wordt. Daarom ontwierp de Duitse kunstenaar Gunter Demnig de ‘Stolpersteine’. En daarom schreef Simon Stranger dit boek. Zodat de naam van de overgrootvader van zijn kinderen genoemd blijft: Hirsch Komissar.

Gek genoeg bleef bij mij vooral de Noorse oorlogscrimineel hangen. De onmenselijke onverschilligheid waarmee deze Henry Oliver Rinnan door het leven banjerde… onvoorstelbaar. Stranger besteedt veel aandacht aan de jeugd van Rinnan. Het is een poging om een antwoord te vinden op de vraag hoe een mens in staat kan zijn tot zulke onmenselijke acties. Acties die plaatsvonden in het huis waar Strangers schoonmoeder opgroeide. Hoe je trouwens als Joods gezin in de jaren ’50 in zo’n huis kon gaan wonen… Stranger vertelt het, begrijpen doe ik het niet.

Namen

De hoofdstukken in het boek zijn de letters van het Noorse alfabet. Dat zijn ‘onze’ 26 letters plus æ, ø en å. Die letters vormen immers de namen. Je springt van Hirsch Komissar, naar zijn zoon, zijn schoondochter, zijn kleindochter en het gezin van Stranger zelf. Door al die perspectieven blijft het verhaal van de familie versnipperd. En krijgt juist Rinnan het meeste profiel in dit boek.

De vorm van het boek is even wennen. De eerste hoofdstukken zijn kort en fragmentarisch. Daarna volgen langere hoofdstukken en wen je aan de schrijfstijl. En is het wisselende perspectief ook nodig om te zorgen dat je niet verdrinkt in alle narigheid.

En toch… toch blijft het knagen dat de crimineel Rinnan bijna een biografie krijgt en Hirsch Komissar een bijrol. Terwijl het zo belangrijk is dat we de namen blijven noemen van juist die gewone mensen die werden vermoord vanwege hun afkomst. Missie net niet geslaagd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht reactie