Babi Jar

Boekcover: de bovenste helft is lichtblauw gekleurd en de onderste helft zwart. De delen zijn gescheiden door een gescheurd effect. De titel is verdeeld over de 2 helften: Babi Jar. Schrijver: Anatali Koeznetsov. Toevoeging onderaan de cover: met een voorwoord van Arnon Grunberg

Sommige boeken zijn gewoon zo belangrijk dat het niet uitmaakt hoe ze geschreven zijn. Dit is er zo een. Het boek is af en toe niet om door te komen. Tegelijk is het een belangrijk ooggetuigenverslag. Van de slachting van de Kievse joden in Babi Jar in september 1941, de onderdrukking en hongersnood van de bevolking tijdens de Duitse bezetting én van de onvrijheid onder het Sovjetregime in de jaren erna. Opdat wij nooit vergeten.

Dagboek

Kiev. Midden in het grensland dat Oekraïne heet. Waar onnoemelijk veel leed geleden is. En wordt. In Babi Jar lezen we over de vernietiging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het ravijn ‘Babi Jar’ veranderde in september 1941 in een massagraf. Eerst werden bijna alle Kievse joden er afgeslacht. Daarna werd het een vernietigingskamp voor communisten, werkweigeraars en andere door de Duitse bezetter ongewenste elementen. Anatoli Koeznetsov woonde vlakbij Babi Jar. Hij was 12 toen de Duitsers binnenvielen. Zijn dagboekaantekeningen als jonge tiener (12 tot 14 jaar) gebruikte hij als basis voor dit boek. In het boek zijn door de censuur verwijderde passages gemarkeerd. Net als later door de auteur zelf toegevoegde passages.

Topje van de ijsberg

Het is een indrukwekkend verslag waarin de ene onvoorstelbare gruwelijkheid na de ander de bladzijden vult. Gruwelijkheden die Koeznetsov zelf zag of hoorde van iemand die het geluk had te ontkomen. Babi Jar is daarbij slechts het topje van de ijsberg. Een afschuwelijk topje, maar ook als je het geluk had niet in Babi Jar te verdwijnen was het leven geen pretje. Kiev zuchtte onder hongersnood. En honger laat mensen rare dingen doen. Anatoli leeft als een straatrat, scharrelt overal eten bij elkaar, plundert en krijgt weer spijt, ritselt en bedriegt. Alles om te overleven. De kille statistiek vertelt dat van de 900.000 inwoners van Kiev in september 1941 er aan het eind van de bezetting in november 1943 er 180.000 over waren. “Dat waren er minder dan alleen al aan doden in Babi Jar lagen.” Koeznetsov berekent dat 1 op de 2 inwoners de oorlog niet overleefden…

Tussen alle ellende vertelt Anatoli over zijn leven met zijn moeder, opa en oma. Kleine dagelijkse dingen maken het verhaal verteerbaar. Zoals oma die het Onze Vader bidt: “Ozzevaar die in démelen zijt. Uw naam worre geiligd, uw koninkruk kome. Uw wil geschiede, glijk in démel, alzook op daarde.” Goed vertaalwerk hoop ik. Koeznetsov schrijft typisch Russisch breedsprakig. Het is af en toe zo wollig en filosofisch dat ik bijna afhaakte. Over wat oorlog doet met gewone mensen, de ‘mensjes’, ook nu nog:

Ik besefte (..) dat er op de wereld geen intelligentie, geen goed, geen gezond verstand bestond – alleen geweld. Bloed. Honger. Dood. Dat ik god weet waarom leefde en met mijn borstels onder een kraam zat. Dat er niet de minste hoop, of ook maar enige gloor van hoop op rechtvaardigheid bestond, er nergens en van niemand iets te verwachten was, dat alles één groot Babi Jar was. Twee krachten waren op elkaar gestoten en sloegen op elkaar los, als een hamer op een aambeeld; de mensjes zaten ertussen en konden nergens heen, en ieder wilde alleen maar leven, niet geslagen worden, en vreten, maar ze piepten en krijsten, vlogen elkaar van angst naar de keel, en ik, armzalig klontje klei, zat midden in die zwarte wereld, waarvoor, waarom, wie had dat gedaan? Er was toch niets te verwachten! Het was winter. Nacht.

En over waarom dit soort gruwelijkheden kunnen gebeuren:

De systemen gebaseerd op leugen en geweld hebben handig een zwakke plek in de mens ontdekt en tot eigen nut aangewend: zijn goedgelovigheid.
De wereld is slecht. Af en toe verschijnt een weldoener met een plan om alles te veranderen. Daarvoor zijn vandaag nog slachtoffers nodig, maar bij de finish zal voor iedereen het paradijs opengaan. Met een paar vlammende woorden en wat nekschoten voor de sceptici wint hij legioenen enthousiastelingen voor de zaak. Verbazingwekkend primitief, maar het werkt!
Dankzij de onbaatzuchtige heldhaftigheid van toegewijde jongens en meisjes, van patriottische moeders en grijze bejaarden, bezield van edele bedoelingen, beginnen daarna de agressie, de zuiveringen, het verraad, de executies, de vernedering en het cynisme, waarbij het volgens mij volstrekt niet uitmaakt met WELK doel dat alles gebeurt. Het is genoeg om zonder enig bewijs te bewerend dat het doel prachtig is. Dat wordt geloofd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bericht reactie